Beste Bibliothecarissen,

Zo, dat is eruit. Hulde voor jullie, heren: tijdens jullie interview met Bibliotheekblad deden jullie niet alleen een (terechte) oproep trots te zijn op de naam ‘Bibliothecaris’, maar voorzagen jullie het Bibliothecaris-zijn ook met verve van nieuwe betekenis. Zowel de trots als de blijdschap straalde van de cover.  Ik houd van jullie.

Wat mij raakte aan jullie verhaal, was dat ik hier heel veel in herkende. Ja, misschien herkent iedere collega uit onze sector zich hierin. Dat zou jullie Zeer Goede Bibliothecarissen maken.  Ik kan echter moeilijk voor iedereen spreken. Ik denk dat ik inmiddels wel namens heel veel Jonge Bibliothecarissen* kan spreken en jullie verhaal mag beamen (wat jullie naar mijn bescheiden mening ook Heel Goede Wat Oudere Jonge Bibliothecarissen maakt, maar dat terzijde).

Ten eerste was het een verademing jullie ideeën over de missie van de Bibliotheek te lezen. Vroeger moest je van boeken houden, nu van mensen. De Bibliothecaris Van Nu staat voor ontwikkeling, verbinding en het vertellen van verhalen. Dit hadden onze woorden kunnen zijn. Tijdens onze ontmoetingen blijken maatschappelijke betrokkenheid en het ‘verder helpen van mensen’ heel belangrijke drijfveren om in de Bibliotheek te willen (blijven) werken. Verbinding is als Netwerk ‘zegmaar echt ons ding’: inmiddels weten ruim 200 collega’s uit heel Nederland, uit lokale, provinciale en landelijke bibliotheekorganisaties elkaar te vinden voor inspiratie en kennisdeling. En hoe belangrijk het vertellen van verhalen is, leerden wij onder andere bij onze inhoudelijke bijeenkomst in september, waarin wij ons lieten onderdompelen in de kunsten van Storytelling. En laten we deze maandelijkse blogs niet vergeten.

Ook de knelpunten die jullie benoemden, zouden zo uit een Generatie Y-analyse kunnen komen. Waarom die discussies over gebouwen, en ‘papier of digitaal’, als het uiteindelijk draait om mensen? (Natuurlijk doet je huiskamer ertoe, maar als die ‘zielloos’ is…) Waarom 20 jaar lang onzekerheid over je bestaansrecht meezeulen, of al doemscenario’s schetsen voor over 20 jaar, als je nu werk kunt verrichten dat goed is voor anderen en goed is voor jezelf? Waarom blijven denken in de oude hokjes van uren, als je blij wordt van wat je doet en hier 24/7 inspiratie kan halen – mits je hiervan kan rondkomen?

Echt ontroerend was echter jullie volmondige JA op de vraag of er weer een bibliotheekopleiding zou moeten komen. Het voelt soms als onze grote paradox: we hebben de sector met onze diverse achtergronden, frisse blik en enthousiasme veel te bieden, maar we hebben tegelijkertijd meer nodig dan ooit tevoren. Zonder kennis (of, zoals Jan zegt, ‘wijsheid’) wordt het namelijk niets. Ja, wij hebben behoefte aan een opleiding voor ons vak. We smachten naar kennis over ons vak (het liefst zo overgedragen dat je niet afhankelijk bent van die ene collega die jou moet inwerken), willen geïnspireerd worden, groeien, mensen leren kennen en opgenomen worden in de groep. (Zodat wij als we oud zijn ook kunnen zeggen “die ken ik nog van de Thiele Academie, wat een goed jaar was dat!”) We hebben het nodig dat de sector zichzelf serieus genoeg neemt om deze kennis van haar medewerkers te mogen verwachten. En daarover denken we graag mee.

In onze dream school volgen we onze eerste colleges bij jullie. Dan leren we dat je werk moet doen dat je gelukkig maakt, dat onze verschillende achtergronden de sector verrijken en dat de Bibliothecaris 2.0 prima meerdere banen tegelijk kan hebben. Dan laten jullie ons zien waar we als sector vandaan komen en dat de Bibliotheek na het jaar 2000 meer veranderd is dan ooit tevoren. Dan leren we van Jan wat een Leven Lang Leren inhoudt; hoe je ‘oude’ kennis kunt verbinden met een eeuwige nieuwsgierigheid naar alles wat je de rest van je leven kunt leren. Hoe je hiervoor ontelbare bronnen kunt vinden, in de mensen, gebouwen, dorpen, wijken, culturen om je heen.  Juan leert ons hoe je een frisse blik kunt blijven behouden, hoe te ondernemen en hoe ambassadeur te zijn van de geweldige organisatie die de Bibliotheek is. Mark stimuleert onze creativiteit (en humor) en leert ons risico’s te nemen en nieuwe initiatieven te omarmen. Hoe we verhalen moeten vertellen en niet bang hoeven zijn om een eigen kleur aan te nemen, om samen een prachtig geheel te vormen. Theo leert ons ook naar de verhalen van anderen te luisteren, nieuwsgierig te zijn, lef te tonen. Hoe hiërarchie niets hoeft te zeggen over wijsheid of over wat je van anderen kunt leren. En hij geeft ons een van de mooiste geschenken die we kunnen krijgen: vertrouwen. (“Nee, ik ken jullie nog niet, maar ik wil jullie een podium bieden en jullie verhaal horen, dus kom dit eens vertellen aan mijn Raad van Toezicht.”) Uiteraard verbindt Erik dit alles, want dat kan hij als geen ander. Hij leert ons dromen, grenzen zoeken (en uiteraard die overstijgen) en stuurt ons op pad om nog veel meer werelden te ontdekken.

Dan moet de ING van goeden huize komen om ons weg te kapen – hoewel die loonsverhoging velen als muziek in de oren klinkt. Dan worden we allemaal ambassadeurs voor ons vak. (Wat ons betreft niet alleen ‘in het land’ om collega’s eraan te helpen herinneren dat we goed bezig zijn, maar ook op Hogescholen en Universiteiten, in de politiek en bij collega’s in het buitenland.) Dan slagen we er nog beter in om “de Bibliotheek een stukje verder te helpen.”

Voor de sceptici onder onze collega’s: misschien waren de ideeën van deze heren niet nieuw, of  misschien vindt u dit makkelijk praten tegenover een weerbarstige praktijk. Maar als ik over een paar jaar zo mag stralen als deze heren, ben ik een gelukkig mens gelukkige Bibliothecaris.

* nu gaan mijn bestuursgenoten wederom de discussie met mij willen voeren over het gebruik van deze benaming. Ik hoop van harte dat alle JBN’ers zich na het interview tochkunnen identificeren met deze term.

Tamar (Bibliotheek Den Haag)

Deze blog verscheen ook als gastblog bij Bibliotheekblad.
Daar staat ook de link naar het rondetafelgesprek bij.