In de auto

In de auto
Het is vakantie. De auto zit vol: twee ouders, zes kinderen. Het eerste uur is het rustig, want iedereen op de achterbank heeft een boek. Maar dan is het eerste boek uit, en barst het pandemonium los.
“Mám! Ik wil dat boek lezen, maar Sebas wil het niet geven!”
“Ik heb het zelf nog niet uit, zoek maar een ander boek!”
“Die heb ik allemaal al gelezen! Ik wil dát boek!”

“ALS JULLIE NU NIET STIL ZIJN DRAAI IK DE AUTO OM EN GAAT ER NIEMAND NAAR ENGELAND/DISNEYLAND/DE ARDENNEN!”

De bestemming veranderde van jaar tot jaar, de scene nooit. En dan zeggen ze dat lezen een rustige hobby is.

Jules Verne
Toen ik negen werd kreeg ik voor mijn verjaardag een tas met hele dikke boeken. De Koerier van de Tsaar, Het Geheimzinnige Eiland, 20,000 Mijlen onder Zee, en Van De Aarde naar de Maan, allemaal van Jules Verne. Heel boos werd ik daarom. Wat moest ik nou met van die dikke saaie grotemensenboeken? Boos ging ik achter de bank zitten. Twaalf uur later zat ik nog steeds achter de bank, maar alleen nog maar fysiek. Mentaal was ik ook op het geheimzinnige eiland, samen met Cyrus, Neb, Pencroff, Herbert, en Gideon. De helft van het verhaal snapte ik eigenlijk niet eens, omdat ik zoveel historische context nog miste, maar wat ik wel snapte had me compleet gegrepen.
Over de volgende tien jaar of zo heb ik de boeken letterlijk stukgelezen. Twee missen de complete kaft, en bij twee blijft hij alleen nog maar door plakband en hoop hangen. Ondertussen rusten ze in een doos op mijn zolder, omdat ik domweg de ruimte niet heb om al mijn boeken in kasten te zetten. Ik hoop dat ze genieten van hun welverdiende pensioen.

Werken zul je!
Mijn jongere zelf zou denk ik erg teleurgesteld zijn als hij had geweten dat hij later dan wel in de bibliotheek zou gaan werken, maar dat dat echt niet zou betekenen dat hij de hele dag kon lezen. Nee, het blijkt dat je, als je ergens werkt, ook daadwerkelijk moet werken.
Mijn huidige zelf, daarentegen, denkt er wiskundiger over. Als ik een uur werk, dan zorg ik ervoor dat tien, twintig, of dertig andere mensen kunnen lezen, wat dus voor een ware waterval aan gelezen uren zorgt. Hoe meer ik werk, hoe meer er gelezen wordt! En dat ik dan zelf niet lees, dat maak ik ’s avonds als ik thuis kom wel weer goed.

Toekomst(mu/wagen)ziek
Tegenwoordig gaan we niet meer met alle kinderen in één auto op vakantie. (Ik bedoel dan specifiek mijn eigen familie, niet kinderen in het algemeen.) Mocht dat echter nog wel gebeuren, dan denk ik dat e-readers en tablets ervoor zouden zorgen dat iedereen meer dan genoeg boeken zou hebben voor de héle reis. Maar ik denk ook dat er dan wel een andere reden gevonden zou worden om ruzie te maken, want daar heb je tenslotte broers en zussen voor, toch?
En de nieuwe generatie staat al klaar om het over te nemen. Ten tijde van schrijven heb ik drie nichtjes met een vierde nichtje of eerste neefje, nog bewust mysterieus gehouden, op komst. Niet zo lang geleden speelde ik oppas voor twee van de drie. Na een ochtend tekenen en Duplo koken kondigde de oudste, bijna vier, aan: “Zo. Nu is het tijd voor een dutje. Waar is mijn boek?” Zo gezegd, zo gedaan. Zelf greep zij “Wij Gaan Op Berenjacht,” haar jongere zusje een kookboek vol sushi-recepten. (Heet het overigens wel een kookboek als er per definitie niets in gekookt wordt? Dit soort dingen vraag ik me af als ik te veel koffie op heb.)
Ik denk dus wel dat er ook in de komende jaren nog op een heleboel achterbanken lustig geruzied en gelezen gaat worden. En dat vind ik een fijne gedachte.

Sebas (Bibliotheek Hilversum)

Deze blog verscheen ook als gastblog bij Bibliotheekblad.